Door Emmeke Bos

Woensdagmiddag 7 november verzamelen 13 wetjo’s zich in een zaaltje van het Utrechtse café Se7en, vlakbij het Centraal Station, voor een workshop ‘Gastlessen geven’. Al snel overspoelt cursusleider Mariëtte Bliekendaal ons met lestips, didactische schema’s en ervaringsverhalen en laat ze onze hersenen kraken over onze eigen gastles. Zelf wetenschapsjournalist geweest, maar ondertussen alweer jarenlang bezig om de communicatievaardigheden van studenten op te vijzelen, is ze de perfecte persoon om ons te leren hoe we prachtige lessen over verhalen, interviews, culturele evolutie en what not uit onze mouwen kunnen schudden.

Papieren handdoekjes

Photo: Pixabay

‘Shake. Fold. Shake. Fold.’ We zijn begonnen. Vanaf het beamerscherm roept een man ons in krakerig Engels – de speakers laten te wensen over – toe hoe je je handen afdroogt met één papieren doekje. Achter hem doemen de grote, rode TED-letters op. Voor hem een teiltje, waarin hij zijn handen nat maakt en een stapeltje papieren doekjes waarmee hij ze weer droog maakt. Natte handen. ‘SHAKE!’ roept de halve zaal, en hij schudt zijn handen. ‘FOLD!’ roept de andere helft van de zaal – en hij
vouwt een papiertje om zijn handen zo mee droog te maken. Houdt ze triomfantelijk omhoog, en stopt ze dan opnieuw in het teiltje water. ‘SHAKE!’ roept de zaal.

Het wordt al snel duidelijk: deze man kan een complete zaal in de ban houden, terwijl hij een, twee, drie, vier, vijf keer achter elkaar voordoet hoe je je handen afdroogt met een papieren doekje. Zo boeiend les geven willen wij – natuurlijk – ook kunnen. Maar ehm, hoe dan?

Piramides en periodieke systemen

Eerst maar eens een voorstelrondje. Wat willen we eigenlijk? Wat weten we al? Sommigen reopen iets over meer zelfvertrouwen, een betere les, mensen motiveren, anderen hebben überhaupt nog geen idee hoe een gastles op te zetten en zijn er meer ter oriëntatie. Waar let je op? Hoe bouw je je les op? Hoe houd je mensen bij je les? En: wat kost je?

Photo: Pixabay

Gelukkig heeft Mariëtte meer dan genoeg informatie om over ons uit te strooien. De piramide van Bloom, bijvoorbeeld, die cognitieve leerniveaus opbouwt vanuit ‘onthouden’ via ‘begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren’ opklimt om uiteindelijk bij creëren uit te komen, het ultieme cognitieve niveau. Wat verwachten wij eigenlijk van mensen in onze les? Wil je dat ze iets onthouden, of moeten ze zelfs iets maken? En leren we ze dat dan ook? ‘Ik had wel eens iemand die mensen wilde leren hoe ze multimediaal konden denken’, vertelt Mariëtte, ‘maar in zijn les vertelde hij alleen maar hoe het in zijn organisatie ging.’ Eh, niet zo handig dus. Dat moeten wij beter kunnen, toch?

Hersenen kraken. ‘En wat nu als je mensen enthousiast wil maken voor het periodiek systeem?’ vraagt Harm zich af. Anderen denken mee. Enthousiasmeren is geen cognitief niveau en past dus niet in de Bloom-piramide, maar wat wil je nog meer? Dat ze het periodiek systeem begrijpen? Toepassen? We settelen voorlopig op begrijpen, want het volgende model wacht alweer.

EEEEEy

Van piramides stromen we door naar de vijf E’s waar je elk stukje informatie in kan verpakken: engage, explore, explain, elaborate, evaluate. Ofwel: hak je les op in concepten van ongeveer een kwartier en deel die concepten weer op in de vijf E’s. Rijg genoeg van zulke concepten aan elkaar, geef het een kop en een staart en je hebt je les. Voilà. Makkelijk zat toch?

Het lijkt duidelijk dus mogen we oefenen met onze eigen – al dan niet te plekke bedachte – lessen en werken die uit in 5 E’s. Onze concepten, de kralen van onze les-ketting, blijken al snel te groot. ‘Denk aan een les over zout oplossen’, helpt Mariëtte. ‘Je kan beginnen met een proefje, daarna vragen aan je leerlingen wat ze al weten – explore – en vervolgens uitleggen wat er gebeurt. Tot slot rond je alles af en kun je doorgaan met je volgende concept. Over olie bijvoorbeeld, en of dat oplost.’ Naast mij is Marloes (theatersporter, probeert mensen verhalen te laten vertellen) verbijsterd. ‘Ik wist wel dat mensen weinig onthielden uit je les, maar een kwartier de tijd nemen voor ‘zout lost op’? Wauw.’

Ongemotiveerde leerlingen

Photo: Pixabay

Maar dan héb je eindelijk je 5E-les met de piramide in je achterhoofd, en dan ben je er nog niet. Want er is ook nog zoiets als de leerling en de lesomgeving. ‘Een les geven lijkt meer op een estafette, dan op het vullen van een glas’, vertrouwt Mariëtte ons toe. Wat zoveel betekent als dat je nóg zo’n mooie, inhoudelijk les kan opzetten, als je daarna tegen een klas katterige gezichten aankijkt in een achterafzaaltje zonder zuurstof, kan het toch nog lastig zijn die prachtige inhoud in hun koppies te krijgen.

Die ervaring met onwillige en ongemotiveerde studenten deelt ze dan ook graag in haar workshop over gastlessen (of was het toch een gastles over workshops geven?). ‘Als je studenten het gevoel geeft dat ze zelfs mogen kiezen, worden ze een stuk gemotiveerder.’ En voor studenten mag je ook cursisten, leerlingen of kleuters denken. ‘Wil je je ranja in een rood of blauw glas?’ ‘Wil je, als we naar oma gaan, via de eendjes of via de supermarkt?’ denken de cursisten behulpzaam mee. Studenten, het zijn net kinderen.

Maar er is meer dan machtsgevoel. Deci and Ryan (1985) vertelt ons welke drie ingrediënten in onze motivatie-cocktail moeten: het gevoel invloed te hebben, de relatie met je docent en het gevoel iets te kunnen. Bakken tips komen los. ‘Vraag af en toe ‘vind je het goed als..?’ dat vinden je leerlingen fijn’ – een gevoel van herkenning begrijpt mij. Eh, waar heb ik die vraag het afgelopen uur al een paar keer gehoord?

‘Vraag om mandaat. Geef je intentie. Sluit aan bij de ander, kopieer zijn of haar taalgebruik. Wees niet teveel aan het woord. Stel gesloten vragen. Steek zelf ook je hand op, dan zet je de spiegelneuronen aan het werk.’ Mariëtte heeft tal van tips. Maar ze is meer dan iemand die alleen maar lief toestemming en veilige vragen stelt aan haar studenten. ‘Ik geef les op de universiteit, niet de middelbare school, en ik probeer altijd nét wat extra te doen voor de mensen die echt goed zijn. Ik wil niet de luie mensen extra aandacht geven, maar juist de gemotiveerden. Dat vertel ik ze ook’, lacht ze. Oké wauw, blijven opletten dus.

Poen en andere P’s

De middag loopt al op zijn einde, en buiten is de zonnige herfstdag omgeslagen in een druilerige namiddag. We komen toe aan het staartje. Sufgeslagen met modellen en bedolven onder bergen tips is het nu tijd voor de praktische zaken en de beruchte drie P’s: poen, pret, prestige. Want wat vraag je straks voor je les creatief schrijven/workshop storytelling/gastlezing culturele evolutie/bijspijkercursus interviewen? Waar let je op als de universiteit/een sjiek zakenkantoor/de VWN je heeft ingehuurd?

Een inzicht: ‘Je bent toch al snel 16 uur bezig met een les van twee uur.’ Je mag daar dus zeker wel wat voor vragen. En spreek ook een annuleringstarief af, zodat je niet na dagenlang schaven aan je les alsnog wordt afgebeld omdat er een griepgolf heeft toegeslagen onder de cursisten. En als je dan toch bezig bent, vraag dan ook meteen naar de leerlingen, hun achtergrond, de context, het zaaltje waarin je les gaat geven en of je contactpersoon klaar staat met koffie als je aankomt. ‘En bedenk dan of je nog wel zin hebt om het gastcollege te geven.’