Door: Krijn Soeteman. Activiteit: 27 november 2014

image07Ziekteverschijnselen in de kunst

Baanbrekend onderzoek op het gebied van conservering en prognose van ‘ziekteverschijnselen’ in de kunst, dat is waar de onderzoekers in het gebouw getooid met de naam ‘Veiligheidsinstituut’ mee bezig zijn, pal naast het Rijksmuseum.

Zestien VWN-ers zijn present bij de rondleiding door het Ateliergebouw van het Rijksmuseum en de opleiding Cultureel Erfgoed van de UvA. Gedurende de middag zullen we een kijkje nemen bij verschillende disciplines die allemaal te maken hebben met restauratie, conservering en diagnose van kunstwerken. Dat kunst niet alleen uit schilderijen of beelden bestaat, wisten de meesten al. Maar hoe behoud of bewaar je een performance? Hoe ga je om met kunst die juist moet ‘vergaan’? Toch gaat het meeste werk zitten in het behoud van dingen waarvan we juist níet willen dat ze vergaan.

image00Voordat we daadwerkelijk afdalen naar de restauratie- en onderzoekskamers, wordt de bureaucratische indeling van het instituut voor ons uit de doeken gedaan. Naast de opleiding tot restauratiekundige van de UvA, is het doel alles breder en beter te maken. Meer samenwerking tussen disciplines dus. Tijdens de inleiding komt vaak naar voren dat het vak van restaurator bestaat uit een overlap van geestes- en natuurwetenschappen. Het onderzoek bestaat naast technische analyses ook uit (kunst)historische context.

Uiteindelijk moet dit alles uitmonden in een nieuw center of excellence, ofwel het ‘Amsterdam Conservation Center’ (ACC) met NWO en TUDelft als partners. Omdat de kunstwereld natuurlijk niet bepaald ophoudt bij onze landsgrenzen, is men ook verenigd met verschillende andere Europese centra in het netwerk ENCoRE.

image01Tijd voor een kijkje in de échte keuken: de restauratieafdeling. Al snel staan we oog in oog met donkere portretten uit het Amsterdam Museum (het vroegere Amsterdams Historisch Museum) die door studenten gerestaureerd worden. Veel werk uit de zestiende en zeventiende eeuw is erg donker en donkere partijen zijn lastig omdat er zoveel verschillende soorten bruin zijn.

Studenten leren ook werken na te schilderen om zo te leren wat de effecten zijn van bijvoorbeeld werken met heel dunne lagen verf of wat het effect is van een grijze of een witte grondlaag. Soms moet je er zelfs aan denken zandkorreltjes door de verf te mengen als je een schilderij restaureert wat op het strand geschilderd werd. Terwijl we naar een foto kijken van een Van Gogh en daarnaast het werk van een student, zegt de restaurator snel dat hier géén vervalsingen gemaakt worden, maar dat het is om te leren!

Enkele ateliers verder komen we bij twee zwaar vervuilde Van Goghs. Desalniettemin is de spanning voelbaar: we staan oog in oog met twee naakte schilderijen van één van de meest geroemde schilders van het moment! Ondanks dat, blijkt dat er in het verleden niet heel zachtzinnig met de schilderijen werd omgesprongen. Zo was één van de doeken ‘verdoekt’ door het nieuwe steundoek met een strijkbout vast te strijken met was ertussen… Het oude steundoek is nu wel te verwijderen, maar de was krijg je nooit meer helemaal uit het originele doek. Gelukkig valt de schade relatief mee.

image04Van Gogh is sowieso een lastige, want veel van zijn werk is onderhavig aan sterke veroudering door licht. Hoe moet je dat dan weergeven en wat restaureer je? Er wordt ook steeds vaker niets gedaan of alleen oppervlakkig schoongemaakt en door middel van moderne weergavetechnieken laten zien aan het publiek hoe iets eruit zag, er nu uitziet en er uit zal gaan zien.

Maar niet alleen Van Gogh’s werk heeft last van zwaar verval. Moderne kunst waar veel plastics in verwerkt zijn of nog erger, polystyreen (piepschuim), is helemaal geen lang leven beschoren. We krijgen een mooi voorbeeld van een werk van Peter Struycken uit 1970 (van de Beatrix-postzegel) met lampjes, plastic en een doordraaiende ponskaart voor de aansturing. Het voordeel is dat de kunstenaar nog leeft, dus die kan dan meedenken aan oplossingen: in dit geval is hij heel tevreden met LED-lampjes ter vervanging van de oude kleine fiets-gloeilampjes.

image02Dat kunstrestauratie zich graag bedient van de modernste technieken, is nog niet heel erg aan bod gekomen. 3D printen bestaat natuurlijk al meer dan 30 jaar, de huidige revolutie in goedkope en snel toepasbare oplossingen daarmee heeft ook de restauratiewereld voorzien van een fijn nieuw stuk gereedschap.

Als voorbeeld krijgen we een verhaal over de gestolen ‘De Denker’ van Rodin uit het Singer-museum. Het beeld werd zwaar gehavend teruggevonden. Om de verdwenen delen te herstellen, werden 3D-scans van de nog bestaande gietmallen gemaakt om hier vervolgens de kapotte of missende onderdelen mee te printen. Dat ging heel erg goed. Zelfs zo goed dat het té goed was. De kwaliteit van de prints moest minder goed gemaakt worden. Nu is op gemiddelde kijkafstand niet of nauwelijks te zien dat het beeld gerestaureerd is, maar kom je dichterbij, dan zijn de gerestaureerde delen duidelijk zichtbaar.

De 3D-scans zijn ook heel praktisch om perfect passende schuimverpakkingen voor fragiele kunstwerken te maken, zodat die ook vervoerd kunnen worden. Toevallig stond er die dag een stuk daarover in de Volkskrant.

image06We sluiten het atelierbezoek af bij de afdeling objectgericht onderzoek, waar een keur aan materialen in verschillende staten van ontbinding op een tafel voor ons liggen. Plastics zijn een betrekkelijk modern materiaal en komt veel voor in moderne kunst. De PVC-pop op tafel is bijvoorbeeld nog wel roze onder haar jurkje, de rest is vrijwel kleurloos geworden.

Als laatste restauratiegerelateerd onderdeel krijgen we nog een verhandeling over ‘glasziekte’. Glasziekte is een lastig fenomeen en doet zich bij ongeveer tien procent van de glasobjecten in verzamelingen voor. Het komt er in het kort op neer dat glas soms degradeert door een uitwisseling van ionen uit de lucht, waardoor zich een soort ‘gelllaag’ of juist ‘stoflaag’ (afhankelijk van de luchtvochtigheid) op het glas kan vormen. Doel van het huidige onderzoek is het van te voren kunnen vaststellen of een object instabiel is, zodat dit object tijdig in een gecontroleerde omgeving geplaatst kan worden.

image05Robert van Langh, hoofd conservering, sluit de middag af met een vurig pleidooi. Hij is naarstig op zoek naar mogelijkheden om meer geld en erkenning voor conservering van kunst te krijgen. Waarom staat paleontologisch onderzoek bijvoorbeeld wel in Science of Nature?

image08Het Amsterdam Conservation Center moet een belangrijk centrum worden voor het leren betere diagnoses te stellen, net zoals in de medische wetenschap. Het centrum raakt aan alles: geestes- en natuurwetenschappen.

Van Langh hoop dat hij in ‘zijn’ tijd het nog voor elkaar krijgt dat er daar een budget van 100 miljoen voor vrijgemaakt wordt.