Keihard proberen de meeste twijfelaars over de streep te trekken

Door: Marianne Heselmans

Zorg voor duidelijke stellingen, laat deelnemers echt op elkaar reageren, zet de stoelen tegenover elkaar en geef voor- en tegenstanders evenveel spreektijd. Deze en andere tips kregen we op woensdagmiddag 27 februari van debatdeskundige Gijs Weenink. In het Torpedotheater in Amsterdam liet hij zo’n 15 VWN-leden liet zien wat er zoal komt kijken bij het leiden van een debat, en ook bij het zelf deelnemen aan een debat.

Op de banners van De DebatAcademie stonden verschillende quotes, waaronder deze klassieker van Albert Einstein.

Wedstrijd aangaan

Het enige echte debat is volgens Gijs het zogenoemde Lagerhuis debat, de Angelsaksische debatvorm waarin voor- en tegenstanders van een stelling een wedstrijd aangaan: Wie trekt de meeste twijfelaars over de streep? Dat is ook een vorm die in korte tijd kan aantonen wat een gezelschap van een bepaalde stelling vindt. De stelling is dan altijd een voorstel tot verbetering van een bepaalde praktijk, bijvoorbeeld een wetsvoorstel, beleidsvoorstel of gebruik van een nieuw apparaat in een organisatie.

Ja of nee

‘Deelnemers moeten ja of nee op de stelling kunnen zeggen’, legde Gijs uit. Wie voor is gaat aan de ene kant zitten, wie tegen is aan de andere kant. Iemand die de verandering door wil voeren begint, waarna een tegenstander met een argument tegen komt, de andere kant dat weer weerlegt enzovoort. De debatleider, ofwel ‘scheidsrechter’,  geeft om de beurt voor- en tegenstanders het woord. Unieke regel: wie vindt dat iemand een overtuigend argument voor of tegen heeft, kan naar de andere kant overlopen. Zo ziet iedereen waar deelnemers staan. Bovendien krijgen alle deelnemers zo in korte tijd veel kanten van een mogelijk besluit te zien.

Analyse vooraf

Hoe win je? Daar kregen we ook allerlei tips voor. Belangrijk is goede analyse van het debat vooraf, helder geformuleerde argumenten, gebruik van de juiste spreektechnieken  (zoals vriendelijk en respectvol blijven, en zeggen dat je ook zwaar hebt getwijfeld) en krachtige lichaamstaal (rust, glimlachen, oogcontact..). Dat laatste zou zelfs meer dan 50 procent van je presentatie bepalen (de inhoud maar 7%…). Gijs: ‘Met een goede oppositie wordt een voorstel optimaal getoetst. En dat is precies het doel van zo’n debat.’

Volgens Gijs (die afgelopen 25 jaar voor honderden Lagerhuisdebatten is ingehuurd), is het Lagerhuisdebat de optimale afsluiting van een wetenschappelijk congres. Maak met de opdrachtgever bijvoorbeeld 10 stellingen voor vijf kwartier, en zorg dat in die vijf kwartier zoveel mogelijk deelnemers aan het woord zijn gekomen.

Twijfels

De meesten van ons hadden echter wel twijfels of een Lagerhuisdebat nu echt de beste vorm is voor bijeenkomsten met wetenschappers. Kun je niet beter dialogen voeren, waarbij bijvoorbeeld wetenschappers en bedrijven of beleidsmakers samen zoeken naar oplossingen? Of de wetenschappers voor een publiek op elkaar laten reageren, en als debatleider doorvragen wanneer het niet duidelijk is (de gebruikelijke debatvorm)? Gijs hield vast aan de vorm van het Lagerhuisdebat (‘al dat polderen is typisch Nederlands’), maar zag wel mogelijkheden om na zo’n Lagerhuisdebat – na toetsing van het voorstel – een dialoog te voeren over hoe je de gekozen verandering dan verder invult.

Het laatste uur deden we zelf nog zo’n drie Lagerhuisdebatten, op basis van ingeleverde stellingen. De regels bleken goed te werken, zodat iedereen uiteindelijk tevreden naar huis ging.