De situatie is vrij simpel. Zo simpel dat je het nauwelijks ziet. Nederland heeft in de jaren zestig besloten een kenniseconomie te zijn en dat betekende dat hoge opleidingen voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Dat vond zijn beslag in diverse onderwijshervormingen. Er kwam in de jaren zeventig zelfs een minister voor wetenschapsbeleid, Boy Trip.

Door: Jona Lendering

Dat iedereen hoger onderwijs zou moeten kunnen volgen bleek even lovenswaardig als kostbaar. Medio jaren zeventig was 7,2% van het BNP bedoeld voor wat nu OCW heet, waar nog het geld bij kwam voor de driedubbele kinderbijslag waarmee het Rijk studenten onderhield. Dit percentage werd teruggebracht tot  5% in 2000 en is sindsdien weer wat gestegen, al valt de studiefinanciering binnen het OCW-budget. Nieuws over onderwijs, over cultuur, over wetenschap gaat al sinds mensenheugenis over kaasschaven, over H.O.O.P., over studierendementen, over financieringsmodellen, over leenstelsels en over selectief krimpen en groeien. Wetenschap en wetenschappelijke vorming moeten altijd weer met minder, minder, minder. Voor wie na 1963 is geboren, is de belofte van goed hoger onderwijs een ongedekte cheque gebleven.

Ellende

De voorspelde problemen zijn er gekomen. Artikelen die niet worden geciteerd, overspannen medewerkers, proefschriften zonder veel inhoud, studenten met een onvolledige opleiding, overspannen medewerkers, universiteiten die informatie met de samenleving delen door die te verbergen achter betaalmuren, autoplagiaat, overspannen medewerkers, burgers die fouten beginnen te herkennen in wetenschappelijke publicaties, wetenschapsscepsis. U mag het lijstje aanvullen. Had ik al gezegd dat veel medewerkers tegen overspannenheid aan zitten?

Er zijn altijd mensen geweest die protesteerden en ik zal niet moe worden André Klukhuhn en Chris Lorenz te noemen, die al eind jaren tachtig de noodklok luidden. In recenter tijden waren er Science in Transition en De Nieuwe Universiteit. Momenteel protesteert WO in Actie, onder andere met een redelijk druk bezochte “Ware Opening” van het academisch jaar.

Sinds deze Ware Opening ben ik iets minder pessimistisch dan daarvoor. WO in Actie is erin geslaagd een brede coalitie te vormen en rond een onderbouwde agenda te verenigen. Dat wil niet zeggen dat ik nu ineens optimistisch ben. Het is alleen mogelijk onderwijs en wetenschap – lees: de toekomst – te redden als deze thema’s de kiezer ter harte gaan en ik zie niet gebeuren dat de Nederlandse academici de daarvoor benodigde stappen zetten. Ze zijn geselecteerd op kennisverwerving en niet op kennisdeling en kunnen de benodigde cultuuromslag niet maken. Niet omdat ze slechte mensen zijn maar omdat ze mensen zijn, en dus beperkingen hebben. Kortom, er is weinig reden voor optimisme.

Moed der wanhoop

WO in Actie vecht, zoals Remco Breuker het verwoordde, met de moed der wanhoop. Het vecht bovendien onder moeilijke omstandigheden, want de universiteiten presenteren elk jaar weer persberichten waarin staat dat het allemaal geweldig goed gaat qua PISA-rankings en dergelijke. Het is dus alleen maar logisch dat OCW verder gaat met wanbeleid en dat de Kamer het allemaal goedkeurt. Dit voorjaar hevelde minister Van Engelshoven op advies van de Commissie Van Rijn geld over van de algemene naar de technische universiteiten, wat betekent dat alfa’s en gamma’s dokken voor bèta’s en dat de samenhang tussen de wetenschappen kapot gaat. Meer hier.

(Als u wil weten wat dit betekent: ik lees momenteel een wetenschappelijk artikel over een papyrustekst waarin de auteur schermt met laboratoriumconclusies die onmogelijk waar kunnen zijn maar die de alfa-redactie van het tijdschrift niet heeft herkend. Pseudowetenschap, mogelijk gemaakt doordat de samenhang van de wetenschap in de oudheidkunde al verstoord is. Binnenkort nog veel meer academische pseudowetenschap, dus voor wetenschapsjournalisten is er de komende tijd voldoende werkgelegenheid.)

En nu

Terwijl in Leiden de “ware opening” plaatsvond, sprak minister Van Engelshoven in de ernaast gelegen Pieterskerk, waar ze zei dat de demonstranten moesten wachten op Prinsjesdag. Dat was afgelopen dinsdag en voilà: ze had niets te bieden. Wie anders verwachtte, heeft sinds midden jaren zeventig onder een steen geleefd.

Er ligt nu een oproep tot een grote en langdurige staking, gecoördineerd met andere onderwijsorganisaties. WO in Actie vergadert op woensdag 25 september en een van de actieplannen is om alleen nog werk uit te voeren dat echt bij de taakomschrijving hoort. Ik vrees dat dit focus op intern-academische zaken niet zal bijdragen aan betrokkenheid van de burger, en dus ook niet zal bijdragen aan politiek gewicht, maar de holle woorden van de minister in de Pieterskerk bewijzen dat ze geen argumenten meer heeft. Dat is meestal het moment voordat er iets echt verandert en dat kan, na vijfendertig jaar wanbeleid, alleen een verbetering zijn.