Radioastronomie down under
Mede dankzij een subsidie van het VWN Tripfonds bracht Govert Schilling in mei 2026 een bezoek aan het zuidoosten van Australië. Belangrijkste doel: radiotelescopen bezoeken en sterrenkundigen interviewen voor een toekomstig boek.
Parkes Telescope. Daniel John Reardon / wikimedia
Mede dankzij een subsidie van het VWN Tripfonds bracht Govert Schilling in mei 2026 een bezoek aan het zuidoosten van Australië. Belangrijkste doel: radiotelescopen bezoeken en sterrenkundigen interviewen voor een toekomstig boek.
Door Govert SchillingFoto's van observatoria kun je ook op internet vinden, en interviews kun je ook via Zoom afnemen, maar er gaat echt niets boven een persoonlijk bezoek, zeker als je in je boek ook veel persoonlijke verhalen en anekdotes wilt verwerken.
Vooraf was het nog een heel gedoe om bij diverse telescopen toegang te regelen (ik wil natuurlijk verder komen dan het obligate visitor center ;-) en om afspraken te maken voor interviews. Australië is bespottelijk groot, zelfs als je je tot de zuidoosthoek beperkt, en de mensen die ik wilde spreken zitten ook op verschillende instituten, en hebben allemaal een drukke agenda. Mede daardoor bleek al snel dat een bezoek aan Perth, in het zuidwesten, er niet in zat: dat zou teveel extra tijd (en dus geld) kosten, en mijn belangrijkste interviewkandidaat daar was vrijwel de hele maand het land uit (hem heb ik inmiddels wél via Zoom gesproken).
"Australië is bespottelijk groot"
Mijn nieuwe (Engelstalige) boek gaat over het onderzoek aan zogeheten 'fast radio bursts' - mysterieuze ultrakorte maar zeer frequente explosies van radiostraling in het verre heelal. Een van de belangrijkste onderzoekers op dat terrein, die er al vanaf het prille begin bij betrokken is, is Matthew Bailes van de Swinburne University of Technology in Melbourne. Al snel was duidelijk dat mijn reisplan rond zíjn agenda gepland moest worden.
Maar ik wilde per se ook een bezoek brengen aan de 64 meter grote Murriyang-radiotelescoop in Parkes (bijgenaamd 'The Dish'), die in 1969 al een rol speelde bij het opvangen en doorgeven van de TV-beelden van de Apollo 11-maanlanding. Hoewel die telescoop vele honderden kilometers bij Melbourne vandaan ligt, zou het natuurlijk geweldig zijn om Bailes dáár te kunnen ontmoeten. Wie niet waagt, die niet wint.
Het lot was mij gunstig gezind, en Matthew Bailes ook. Het bleek dat hij eind mei met een student een bezoek aan Parkes zou brengen. Hij bood aan dat we elkaar daar zouden ontmoeten. Na mijn bezoek zouden we dan met z'n drieën in zijn auto terugrijden naar Melbourne - een reis van anderhalve dag, met een overnachting in het historische stadje Beechworth. Een unieke gelegenheid dus om langere tijd met iemand op te trekken, waarbij de gesprekken alle kanten op kunnen gaan, en je veel verhalen hoort die in een 'gewoon' interview zelden of nooit verteld worden. Ik kan het iedereen aanraden om zo'n soort afspraak te maken met een belangrijke interviewkandidaat. (Zo sprak ik ooit twee uur lang met een Canadese kosmoloog die een lezing kwam geven in Groningen: ik bood aan om hem op Schiphol op te halen en samen naaar Groningen te reizen met de trein; nadat ik hem had 'overgedragen' aan de congresorganisatie werkte ik mijn notities uit tijdens de twee uur durende terugreis ;-)
Zo ontstond vanzelf een Down Under-reisplan. Ik startte in Sydney, met een bezoek aan het hoofdkwartier van CSIRO (zeg maar de Australische NWO), waar ook veel radioastronomen zitten. Daarna reed ik met een huurauto naar Narrabri (een volle dag rijden), om de volgende ochtend een kijkje te nemen bij de radioschotels van ACTA (Australia Telescope Compact Array). Vervolgens door naar de Siding Spring-sterrenwacht (in het verleden bestierd door de van oorsprong Nederlandse astronoom Bart Bok), even buiten Coonabarabran, en de dag daarna naar Parkes, waar ik mijn auto inleverde en Matthew en Simon ontmoette.
Het bezoek aan The Dish was een bijzondere ervaring. Alle mooie verhalen lees je t.z.t. wel in mijn boek (dat zal naar verwachting begin 2028 gepubliceerd worden door Harvard University Press; tegen die tijd moet er ook een Nederlandstalige editie in de winkel liggen), maar het was geweldig om ze op te kunnen tekenen uit de mond van Parkes-veteraan John Sarkissian, in de oude controleruimte van de telescoop, direct onder de gigantische schotel. Voor de kenners: we zijn (met succes!) op jacht gegaan naar oude magnetronovens :-)
"De astronomen werken er bij wijze van spreken tussen de zwartgeblakerde resten"
Twee dagen (en urenlange gesprekken) later kwamen we in Melbourne aan, waar ik mezelf één vrije dag toestond (best een leuke, bruisende stad namelijk), en daarna sprak ik een aantal collega's van Matthew in Swinburne. Tot slot in twee dagen, met een andere huurauto en met een overnachting in Wagga Wagga, naar Canberra, de volslagen zielloze hoofdstad van Australië (echt, als je ooit die richting op gaat, kun je Canberra gerust overslaan - mis je niks aan).
De directe omgeving van Canberra had dan weer wél veel interessants te bieden: het oude Mount Stromlo-observatorium (in 2003 vrijwel volledig door brand verwoest; de astronomen werken er bij wijze van spreken tussen de zwartgeblakerde resten); het beroemde Canberra-grondstation van NASA (waar geregeld ook wetenschappelijke waarnemingen worden gedaan), en het historische Molonglo-observatorium, dat al uit de jaren zestig stamt.
Dat was trouwens ook een bijzonder bezoek, want Molonglo (eigendom van de Universiteit van Sydney) werd enkele jaren geleden gesloten en in de verkoop gedaan, met antennes en al. Eind 2025 werd het aangekocht door een 'space entrepreneur' die er weer een werkend observatorium van wil maken, maar dan vooral om waarnemingen te verrichten aan satellieten in een baan om de aarde. (Ik schreef daar een nieuwsbericht over voor de website van het Amerikaanse maandblad 'Sky & Telescope':
https://skyandtelescope.org/astronomy-news/revival-of-australias-molonglo-radio-telescope/.)
Vanaf Canberra was het tot slot nog één mooie dag rijden terug naar Sydney, waar ik de auto inleverde en een middag de toerist uithing. De volgende ochtend maakte ik nog een treinreis van een paar uur naar het noorden voor een ontmoeting met een astronoom die geen gelegenheid had om naar Sydney te komen (en ja, als de berg niet naar Mozes komt, ...). Met een vol notitieboek en heel veel waardevolle herinneringen stapte ik diezelfde avond weer op het vliegtuig richting Nederland.
Al met al was het een zeer nuttige reis, waar mensen, locaties, achtergrondinformatie en verhalen mooi samenkwamen. Begin juli volgde dan nog een bezoek aan een groot internationaal congres over het onderwerp (in de Chinese stad Guiyang, inclusief een bezoek aan de grootste radioschotel in de geschiedenis, met een diameter van 500 meter!).
Door zo lang zo geconcentreerd bezig te zijn geweest met alleen maar dit ene onderwerp, kreeg het boek eindelijk ook 'vorm' in mijn hoofd: de puzzelstukjes vielen langzaam maar zeker op hun plaats. Dat was heel lang (nog) niet echt het geval, maar ik weet nu precies hoe ik het wil (en zal) gaan aanpakken, zowel qua inhoud en structuur als qua schrijfstijl. Eind augustus of uiterlijk begin september ga ik de eerste zin tikken (ja, de eerste zin moet bij mij altijd echt als eerste, en ik weet ook al hoe hij gaat luiden); uiterlijk begin 2027 wil ik het 70.000-woorden manuscript inleveren bij de uitgever.
Behalve dat ene nieuwsbericht voor 'Sky & Telescope' heeft mijn Australië-trip geen concrete publicaties opgeleverd, maar met het boek hoop ik dat binnen anderhalf jaar helemaal goed te maken. Dus VWN, hartelijk dank voor de financiële ondersteuning, en bij deze de tip aan andere VWN-ers: kom achter je bureau vandaan, trek de wijde wereld in, en maak dankbaar gebruik van de subsidiemogelijkheden van het Tripfonds!
Govert Schilling is freelance wetenschapsjournalist en VWN-erelid.